Fout

Met veel commotie zijn de twee Turks-Nederlandse Kamerleden Tunahan Kuzu en Selçuk Öztürk uit de PvdA-fractie van de Tweede Kamer gestapt (of eruit gezet; dit is nog onduidelijk). Dit omdat ze vonden dat hun eigen minister Lodewijk Asscher een“uitsluitingspolitiek” ten opzichte van Nederlandse Turken (Nederturken) voerde. Asscher had namelijk besloten Turkse organisaties in Nederland onder de loep te nemen na de onrust die het onderzoek van Motivaction veroorzaakt had. De resultaten van dit onderzoek waren namelijk zorgwekkend. Zo zouden Turkse jongeren in Nederland massaal IS steunen, een islamitische terreurbeweging die vooral actief is in Irak en Syrië
 
Nu moeten er echter bij dit onderzoek enkele kanttekeningen gezet worden. Zo is dit onderzoek gedaan onder “slechts” 300 jongeren waardoor het niet echt representatief is. Vrijwel meteen na het nieuwsbericht, kaartten verschillende Turkse insiders dan ook aan dat ze zich totaal niet konden vinden in de bevindingen van dit onderzoek. Dit blijkt ook uit de cijfers van de AIVD: er zijn vanuit Nederland vrijwel uitsluitend Arabieren en bekeerde autochtonen naar Syrië vertrokken. Minstens 160 zijn afgereisd naar Syrië om daar te strijden, dan wel voor IS of PKK, 20 daarvan zijn al omgekomen. Het overgrote deel hiervan komt uit Den Haag en Arnhem, twee steden waar in elk een zeer grote groep Koerden woonachtig is.
 
Hieruit blijkt ook meteen waar de schoen wringt voor de Turken in Nederland. Koerden die vanuit Nederland vertrekken om zich aan te sluiten bij de Koerdische terreurorganisatie PKK, worden gedoogd en vaak als helden bestempeld in de media. Zo werd de Nederlandse Koerd Yusuf Koçer beschreven als een “groot man die streed voor de hele vrije wereld”. Dat terwijl de PKK sinds 1979 verantwoordelijk is voor ruim 50.000 doden, voornamelijk Turkse burgers. Nu IS en PKK de strijd tegen elkaar zijn aangegaan, kiezen veel Turken voor “de minst ergste van de twee partijen”. Want waar de PKK al bijna veertig jaar terreuraanslagen pleegt in Turkije en daarbuiten, is IS nog vrij nieuw en richt het zich vooral op andere doelen. De gemiddelde Turk heeft dus meer te vrezen van de PKK dan IS.
 
De aanwezigheid van PKK-geweld is ook in Nederland te zien. In 2011 werden vijf Koerden gearresteerd in Amsterdam nadat ze Turkse jongeren hadden belaagd. Hetzelfde jaar werden Turkse moskeeën en winkels beklad met ‘PKK’ en belaagd met molotovcocktails. Ook nu de strijd tussen de PKK en IS intensifieert in de Syrische stad Ayn al-Arab (door Koerden ‘Kobani’ genoemd), terwijl Turkije militair niet intervenieert, is de sfeer tussen Koerden en Turken grimmig geworden. Volgens een onderzoek van het Ministerie van Veiligheid en Justitie zijn er naar schatting 22 Nederlandse Koerden vertrokken om te strijden namens de PKK. Eén daarvan was Yusuf Koçer. Maar deze gebeurtenissen staan niet op zichzelf, veel Turken in Nederland krijgen steevast te maken met bedreigingen door de PKK en zien sympathie voor Koerden als een doorn in hun oog. 
 
Dat PKK-topfunctionaris Salih Müslim afgelopen zondag in Amsterdam een toespraak mocht houden, is voor veel Turken te vergelijken met Osama bin Laden die een toespraak mag houden. Het is dan ook extra wrang dat de PKK gedoogd wordt in Nederland. Vooral als men het vergelijkt met Duitsland, waar deze week de politieke onschendbaarheid van parlementariër Nicole Gohlke werd opgeheven zodat ze strafrechtelijk vervolgd kon worden voor het uitvouwen van de PKK-vlag. Dit werd geïnterpreteerd als “verheerlijken van PKK-terreur”. In Nederland zijn er ook Kamerleden die openlijk sympathie vertonen met de PKK, maar zonder enige consequenties. Zo ontstond er commotie onder Turkse Nederlanders toen foto’s van SP-Kamerlid Saadet Karabulut in een Koerdische vereniging in Amsterdam opdoken in 2012. Deze vereniging was kort daarvoor door de AIVD gebrandmerkt als een PKK-filiaal in Nederland. Ook Harry van Bommel (eveneens SP-Kamerlid) werd gesignaleerd toen hij de dood van Sakine Cansız, één van de oprichtsters van de terreurorganisatie PKK, herdacht in 2014. Voor veel Turken is dit te vergelijken met het herdenken van de dood van Osama bin Laden. Beide Kamerleden hoefden zich niet te verantwoorden hiervoor. Dit zet, logischerwijs, veel kwaad bloed bij de Nederturk.
 
Dat IS nu de strijd aangaat met de PKK en daarbij veel kopstukken, zoals PKK-topterrorist Bahoz Erdal, ombrengen in Kobani, wordt door veel Turken gezien als een opluchting.  Mede omdat de PKK ten eerste een groter gevaar is voor de gemiddelde Turk, ten tweede omdat de PKK al bijna een halve eeuw Turkse burgers als doelwit heeft, en ten derde door het gedoogbeleid (en zelfs sympathie) van Nederland ten opzichte van de PKK. Tussen deze twee terroristische organisaties is IS voor veel Turken “de minst ergste van de twee”.