Fout

alt

Morgen is het Dodenherdenking en al dagen is er in Nederland de discussie  wie men moet herdenken. Boven alles is het afdwingen of mensen vertellen wie ze ‘moeten’ herdenken sowieso al discutabel te noemen maar nu hebben de meeste mensen ook nog een lijst met mensen die ze beslist niet willen herdenken maar vergeten daarbij dat ze zo juist veralgemeniseren en het meeste leed veroorzaken.
 
Het is ten eerste erg absurd om met Dodenherdenking alleen de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog te willen herdenken, en dan ook het liefst alleen de Nederlandse verzetsstrijders en Nederlandse Joden. Dit is namelijk regionaal en lokaal denken. De Tweede Wereldoorlog, zoals de naam al duidelijk maakt, was een wereldconflict en vrijwel iedereen in de hele wereld had er leed en pijn door. Het is dan ook van de zotte om daarin een klein geheel uit te kiezen en selectief alleen dat te herdenken alleen uit raciale, nationalistische of etnische beweegredenen zoals bloedverwantschap.
 
Duidelijk is het ook dat de meeste mensen die direct met de Tweede Wereldoorlog te maken hebben gehad, er niet meer zijn. Het is inmiddels al ruim 69 jaar geleden dus mensen van 71 jaar oud die claimen “het nog allemaal meegemaakt te hebben” hebben het simpelweg mis. Ze hebben het niet meegemaakt, ze waren in die jaren geboren maar kunnen zich er niks meer van herinneren. Alles wat mensen boven de 70 zich menen te herinneren, hebben ze later van anderen gehoord of ergens lezen. Mensen boven de 85 jaar oud, kunnen daarentegen wel meepraten (als ze een goed geheugen hebben) maar zoals gezegd: dit is een marginale groep nog. De enige manier om de huidige generatie zich toch te laten identificeren met het leed van toen, is om eigentijdse events en gebeurtenissen mee te nemen. Een bomaanslag in Palestina of een marktbom in Irak spreekt tegenwoordig sneller tot de verbeelding. Neem dat dan mee en toon aan dat de Tweede Wereldoorlog qua schaal tien maal groter was en dus ook tien maal meer pijn en leed heeft veroorzaakt. Zo bereik je het doel dat mensen toch even stilstaan bij het leed van toen.
 
Want daar gaat het om bij Dodenherdenking; het gaat niet om eer of kwetsbaarheid maar het (onnodige) leed, verdriet en pijn wat de mensen (zowel burgers als militairen) is aangedaan. Eer en kwetsbaarheid zijn zeer subjectieve termen die voor eenieder anders in te vullen zijn, maar dat er leed was: dat staat als een paal boven water. Want men kan simpelweg stellen of er überhaupt wel eer te behalen valt in een oorlog? Kwetsbaarheid op zich past ook niet in dit kader omdat de stelling dat 17-, 18- en 19-jarige jongens die noodgedwongen hun dienstplicht moeten vervullen op straffe van de dood (ongeacht of het nu Duitsers, Canadezen, Belgen of Fransen zijn) net zo kwetsbaar zijn als ongewapende burgers, houdbaar is. Aan de andere kant moet men ook niet vergeten dat binnen de ‘kwetsbare groep’ sommige mensen hun kans schoon zagen om er beter van te worden. Denk hierbij aan Joodse SS-bewakers die geronseld werden uit de concentratiekampen zelf en veelal als de meest sadistische en wrede kampbewakers werden bestempeld. Moeten we deze nu wel of niet herdenken? Je ziet dus dat niet zo zwart-wit is: niet elke Duitser die naar Nederland kwam was een fanatieke Nazi-aanhanger en niet elke concentratiekampgevangene onthield zich van wreedheid.
 
En hiermee komen we eigenlijk op het probleem zelf: men weet (behalve oppervlakkige feiten) vrij weinig van de Tweede Wereldoorlog. Als ik in de discussie wie we moeten herdenken op Dodenherdenking mensen hoor zeggen dat “we nu zeker ook SS’ers en kampbewakers moeten herdenken”, gaan de haren op mijn nek overeind staan. Leden van de SS waren mensen die streng geselecteerd werden op hun kennis over nationaalsocialisme (Nazisme) en liefde voor de Führer (Hitler). De kans dat je als dienstplichtige daar terechtkwam, was minimaal. Tegen het eind kwamen net afgestudeerde scholieren van 15 en 16 jaar oud daar wel terecht omdat ze net een Nazi-propaganda-opleiding van 5 jaar achter de rug hadden op de Duitse basisscholen en middelbare scholen. Kan je het deze groep tieners dan nog wel kwalijk nemen?
 
Wat sommige mensen dus eigenlijk doen door te stellen dat sommige mensen niet herdacht mogen worden, is:
A) hun leed bagatelliseren en claimen dat hun eigen leed veruit het meest was;
B) een monopoly eisen op het geleden pijn;
C) het levend houden van de haat van destijds.
 
En is dat wel de juiste manier? Terwijl men zich dient te concentreren op de verbroedering en voorkoming, is het uitsluiten van complete etnische groepen bij de herdenking simpelweg racistisch te noemen. Niet alle Duitse soldaten waren slecht; de stelling dat dit wel zo was, is simpelweg een denkfout die voortkomt uit een veralgemenisering en vooroordeel. Het zijn juist deze veralgemeniseringen en vooroordelen die geleid hebben tot de Tweede Wereldoorlog, dus dat mensen nu alsnog in hokjes van “goed”, “slecht”, “etniciteit” willen bepalen wie ze gaan herdenken is eigenlijk een contradictie van jewelste.
 
Want wat we doen door 70 jaar na dato etiketten zoals “goed” en “slechts” op slachtoffers te plakken, is eigenlijk normen en waarden van 2014 met terugwerkende kracht toepassen op de situatie van 1940-1945. Maar dit is onmogelijk en het meest pijnlijke voor al die slachtoffers die waarschijnlijk allemaal dachten voor een goede zaak te vechten dan wel noodgedwongen daar zaten. Met terugwerkende kracht proberen een oordeel te vellen, is erg fout en ook in het verleden is gebleken dat het krom liep. Eerst werden de 20.000 verzetstrijders herdacht (een zeer marginale groep) en de vrouwen die met Duitsers hadden aangepapt op een overdreven grootste manier aangepakt (kaalscheren onder andere) terwijl dit maar om een paar duizend vrouwen ging (dus nog minder dan de verzetstrijders). Voor het gemak werden de 20.000 Nederlandse SS’ers vergeten. Toen men er in de jaren ’50 achter kwam dat Nederland meer joden had omgebracht dan welk ander land dan ook, werden Joden toegevoegd aan de herdenking. Echter toen in de jaren ’60 en ’70 de Koude Oorlog met Sovjet Unie op het hoogtepunt lag, werd ineens krampachtig verzwegen dat het overgrote merendeel van die 20.000 Nederlandse verzetstrijders zelf ook communistisch waren en dus vanuit een communistisch oogpunt streden tegen de Duitsers. We vieren dus alsof ze streden voor democratie, vrijheid van meningsuiting etc. terwijl die mensen veelal streden voor de eventuele oprichting van een communistische staat. En nu anno 2014 de meeste mensen een hekel hebben gekregen aan de Europese Unie vanwege de aanhoudende crisis, zijn we weer massaal tegen de Duitsers omdat die in 1940 Europa wilden verenigen: “net als de politieke elite van nu”. Het is te absurd voor woorden dat we politiek proberen te drijven over de ruggen van miljoenen oorlogsslachtoffers. Het is ook absurd dat Nederland jarenlang een nieuwe identiteit wilde creëren op basis van het Nederlandse verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog om zo het imago van ‘de dappere Nederlandse verzetstrijder’ te propageren. Want eigenlijk was het juist het tegenovergestelde: Nederland heeft een knagend schuldgevoel overgehouden aan de Tweede Wereldoorlog die het krampachtig probeert te negeren.
 
Want men moet niet vergeten dat na de Duitse SS, de Nederlandse SS het grootst was. Men moet ook niet vergeten dat tegenover de ongeveer 20.000 verzetstrijders in Nederland er ook 20.000 Nederlandse vrijwilligers waren in de Duitse rangen, men moet ook niet vergeten dat van alle bezette landen alleen het Nederlands Koningshuis vluchtte en als laatst mag men zeker niet vergeten dat Nederland percentueel gezien de meeste Joden heeft omgebracht. Dit alles heeft gezorgd voor een immens schuldgevoel welke niet te verklaren is omdat andere landen relatief meer hebben gedaan tegen de Duitse bezetter. En het is juist dit schuldgevoel dat ertoe geleid heeft dat men in Nederland durft te stellen dat “Duitsers maar lekker in Duitsland herdacht moeten worden”, terwijl de Duitse graven in Nederland liggen. Stelt Nederland dat ook voor de Joodse slachtoffers? Nee, natuurlijk niet! Integendeel zelfs, er is een Auschwitz -herdenkingsdag in januari (terwijl Auschwitz nota bene in Polen lag), een Holocaust-herdenkingsdag in april en nu moet Dodenherdenking ook nog eens in het teken staan van de Joodse slachtoffers. Er is zoiets als een ‘overkill’ en men moet beseffen dat deze focus op Joodse slachtoffers voortkomt uit het schuldgevoel van Nederland dat juist in Nederland de meeste Joden omgebracht zijn. Het merendeel door aangeven van hun eigen buren, vrienden en kennissen. Het feit dat Nederlandse gemeentes religieuze achtergronden bijhielden, maakte het niet makkelijk voor de Joden maar juist wel voor de Duitsers die meteen alle gegevens van de Joden hiermee in handen hadden. Ik zou liever zijn dat Nederland lering trok uit deze verschrikkelijke genocide maar helaas wordt er hedendaags nog steeds bijgehouden in gemeentelijke uittreksels wat de etnische achtergrond van een Nederlandse staatsburger is (vooral bij Marokkanen, Turken etc.).
 
Hier moet de focus meer op liggen, in plaats van het uitsluiten van bepaalde etniciteiten van de Dodenherdenking. In landen zoals Turkije is dat al vanzelfsprekend: bij de Slag om de Dardanellen in 1915 kwamen ongeveer een kwart miljoen Britten, Fransen, Australiërs en Nieuw-Zeelanders om het leven tegenover eveneens kwart miljoen Turkse gesneuvelden. Al meteen schreef de Turkse president Atatürk een open brief aan de moeders van omgekomen Australische en Nieuw-Zeelandse soldaten dat ze “hun tranen kunnen afvegen omdat al hun zonen een eervolle begrafenis zullen krijgen op Turks grondgebied en vanaf nu net zoveel respect zullen krijgen als de Turkse soldaten die naast ze begraven liggen”. En al bijna 100 jaar worden beide fronten herdacht, waarbij Australische en Nieuw-Zeelandse staatshoofden altijd uitgenodigd worden en aanwezig zijn. Ook daarna heeft Turkije dat altijd gedaan door alle “bijna 50.000 doden door de strijd tussen de terroristische PKK en het Turkse leger” te eren. Meer dan de helft van die 50.000 doden zijn omgekomen PKK-leden maar steevast wordt er gesteld dat “de tranen van elke moeder omwille van haar zoon, dieptreurig zijn en een herdenking verdienen”.
 
Het doel hierbij is dus het promoten van vrede, vriendschap en verbroedering en het weghalen van haat. In Nederland wordt met het demoniseren van de ‘Duitse soldaat’ en het weigeren om ook de Duitse soldaten in Nederland te herdenken of zelfs maar te begraven in iets meer dan een naamloos massagraf, een regelrechte instandhouding van haat. In dat opzicht kan Nederland nog veel leren van Turkije. Het wordt nog erger als mensen beweren dat als we niet streng afbakenen wie we wel en vooral wie we niet gaan herdenken: “men zal nu op de Dam in Amsterdam Mohammed Atta gaan herdenken”. Dit is te absurd voor woorden, in Nederland zal het aantal mensen die Atta herdenken dermate marginaal zijn dat om enkele tientallen zal gaan. Deze bewering zet de toon voor het in stand houden van haat. In dit geval de haat tegen een andere etnische bevolkingsgroep (of het nu Duitser of Moslim is) om iets wat nu al 70 jaar geleden is gebeurd te verbinden met iets dat 13 jaar geleden is gebeurd. Dus eigenlijk verbindt men sowieso al verschillende gebeurtenissen met elkaar om het leed duidelijk te maken, dus waarom herdenk je dan niet gewoon ook andere gebeurtenissen? En herdenk dan ook gelijk alle slachtoffers en laat mensen vrij om te herdenken wie ze willen, zolang het maar niet gericht is op het zaaien van haat.