Fout

alt

Vaak wordt in Nederland de vraag geopperd waarom Turkije “de Koerden in Oost-Anatolië niet gewoon onafhankelijkheid gunt”; maar dat is natuurlijk niet zo zwart-wit. Als we als voorbeeld één van de grootste steden van Oost-Anatolië nemen, dan zien we dit zelfs nog beter terugkomen.
 
De grootste stad in Oost-Anatolië is Diyarbakır, met ongeveer één miljoen inwoners. Inwoners gebruiken soms de oude benaming ‘Diyarbekir’ uit nostalgische redenen, terwijl anarchistische Koerden uit protest tegen de Turkse staat de oude Assyrische benaming ‘Amidî’ gebruiken. Hierbij wordt ‘Amidî’ ook geformuleerd als ‘Amed’ en bestempeld als een “Koerdische naam”, terwijl het Assyrisch is.
 
Diyarbakır is sinds 1071 één van de steden waar de nomadische Turkmenen hun centrum hebben opgebouwd; in de viertiende en vijftiende eeuw heersten zelfs de Turkmeense ‘Kara Koyunlular’ over de regio. Hierbij werd de naam ‘Kara Kale’ gebruikt voor het huidige Diyarbakır. Hiermee heeft Diyarbakır veel Turkmeense en Turkse invloeden te verduren gehad; dit is ook goed te zien in de architectuur van de stad. Het is doorzeeft met Turkse en Turkmeense aspecten.
 
Omdat Diyarbakır als ‘Kara Kale’ de hoofdstad van de Kara Koyunlular was, heeft het een immense ontwikkeling doorgemaakt. Zodanig zelfs dat de stad ‘het Parijs van het Oosten’ werd, en in sommige gevallen nog steeds wordt, genoemd. Ook gedurende het Osmaanse Rijk en de Republiek Turkije (vanaf 1923) is er heftig geïnvesteerd in Diyarbakır om het culturele erfgoed te preserveren voor het nageslacht. Alleen deze investeringen al, doen Turkije ervan huiveren om Diyarbakır ‘zomaar’ af te staan aan een onafhankelijk ‘Koerdistan’. Tenslotte heeft Turkije al miljarden aan euro’s besteed aan de stad, niet alleen ter renovatie en restoratie maar ook voor de opbouw van de infrastructuur, universiteiten, ziekenhuizen et cetera. Dat de Koerdische terreurorganisatie PKK vooral deze bouwwerken aanvalt en de lucht in probeert te blazen, geeft ook genoeg aan. Diyarbakır heeft hierdoor nog steeds niet de toeristische status die het verdient; hierdoor loopt Turkije weer veel inkomsten mis. De vele investeringen die Turkije in Diyarbakır heeft gedaan, keren hierdoor maar niet terug als inkomsten uit toerisme.
 
Een ander belangrijk argument van Turkije is dat Diyarbakır geen meerderheid aan Koerden heeft en dus er het gevaar bestaat dat er een onderdrukkende minderheid ontstaat. In dit geval zou de meerderheid aan Turken onderdrukt worden. Hetzelfde ziet men al in de Bulgaarse gebieden Kırcaali, Razgrad, Şumnu, Eski Cuma en Silistre. In Kırcaali wonen nog steeds ongeveer 70% Turken, maar worden ze geregeerd door Bulgaren. In de overige gebieden hebben een gedwongen assimilatiepolitiek, etnische zuiveringen en pogroms al bereikt dat miljoenen Turken zijn gedood of gevlucht waardoor er in die gebieden nog maar ongeveer 25-30% Turken wonen. Dit percentage was echter ooit even hoog als Kırcaali.
 
Terugkomend op Diyarbakır laten berekeningen zien dat er nooit een meerderheid aan Koerden kunnen leven in die stad. Toch is er in Nederland een verstoord beeld ontstaan door anti-Turkse propaganda. Zo bericht de Nederlandse Wikipedia dat “Diyarbakır bestaat uit 90% Koerden”, zonder hiervoor een bron te vermelden. Verscheidene historici en turkologen hebben echter middels een wetenschappelijke berekening aangetoond dat het percentage Koerden niet de meerderheid kan beslaan.
 
Een regio waar een marginale groep van anarchistische, anti-Turkse Koerden binnen een minderheid de Turkse meerderheid onderdrukken, heeft veel weg van de Apartheid in Zuid-Afrika waar een racistische blanke groep binnen een minderheid de zwarte Afrikaanse meerderheid onderdrukte. En juist dat scenario wil Turkije niet, wat toch wel begrijpelijk is.